Naar de inhoud

Wat we leren

Een complete methode om te leren opstellen

Familieopstellingen leren begeleiden is iets anders dan opstellingstechnieken leren. Het Al-Ma Model brengt theorie, praktisch vakmanschap, de relatie met de cliënt en de ontwikkeling van de opsteller samen in één samenhangende methode. De vier kaders geven je een manier om een systeem te begrijpen, te werken met wat opkomt en je praktijk in de loop van de tijd te ontwikkelen.

Hoofdstuk 1

Waarom een model bestaat

Familieopstellingen hebben een geheel aan praktijken, ideeën en antwoorden. Een model ontwikkelen betekent bereid zijn de vragen opnieuw te stellen.

De vragen

Een praktijk ontwikkelt zich wanneer haar antwoorden bevraagd mogen worden

Familieopstellingen hebben zich ontwikkeld dankzij veel mensen en tradities. Hetzelfde geldt voor de antwoorden op vragen over wat opstellers zien, waarom ze ingrijpen en hoe het werk gedaan zou moeten worden.

Familieopstellingen begonnen niet bij één persoon, en de ideeën erachter evenmin. De praktijk groeide uit systemische gezinstherapie, psychodrama, familiesculptuur en andere tradities, en ontwikkelt zich verder door de mensen die haar bestuderen, beoefenen en doorgeven.

Bij elke gevestigde praktijk worden ook antwoorden geërfd. Ideeën over wat we zien, waarom iets gebeurt, wat een interventie betekent of wat een opsteller zou moeten doen, gaan van docent op student over totdat ze deel worden van de manier waarop het werk wordt gedaan.

Wij vinden dat die antwoorden bevraagbaar moeten blijven.

Dat betekende terugkeren naar de bredere wortels van opstellingswerk, de vakgebieden eromheen bestuderen en wat we denken toetsen aan jaren werk met cliënten en opstellingen. Het betekende ook dat we eigen onderscheidingen, technieken en werkwijzen ontwikkelden waar de praktijk ons verder bracht.

  • Wat zien we eigenlijk in een systeem?

  • Hoe bepalen we wat we volgen?

  • Waarom deze interventie en niet een andere?

  • Hoe werken we met de cliënt terwijl we met de opstelling werken?

  • Hoe ziet competent begeleiden er werkelijk uit?

  • Hoe kan dat geoefend, gesuperviseerd en getoetst worden?

Het Al-Ma Model is ons uitgewerkte antwoord op die vragen.

De vorm van het antwoord

Vier dingen moeten bestaan

Een complete methode moet tegemoetkomen aan vier verschillende behoeften van de opsteller.

Een opsteller heeft een manier nodig om het systeem voor zich te lezen: wat het bijeenhoudt, wat erin gebeurt en waar een moeilijkheid zich kan bevinden.

Systemic Tree

het theoretische kader

Een opsteller heeft ook een manier nodig om te werken met wat die ziet: hoe te beginnen, wat te volgen, wanneer in te grijpen en hoe het werk verbonden te houden met het doel van de cliënt.

Field Compass

het technische kader

Een opsteller heeft een manier nodig om tegelijk zichzelf, de cliënt, de representanten, de groep en het bredere systeem te dragen, ook wanneer het werk moeilijk wordt.

Relational Stance

het relationele kader

En dat alles moet iets worden wat een student daadwerkelijk kan ontwikkelen: concreet genoeg om te oefenen, te superviseren en te toetsen zonder begeleiden terug te brengen tot een afvinklijst.

Facilitator’s Path

het competentiekader

Al-Ma brengt deze vier kaders samen in één methode voor het begeleiden van systemische opstellingen. Elk kader beantwoordt een andere vraag en werkt door in de andere drie.

De architectuur

Hoe de vier verbinden

De theorie geeft richting aan de techniek. De techniek wordt gedragen door de relationele houding. Competentie maakt alle drie leerbaar, observeerbaar en toetsbaar.

Systemic Tree de theorie Een manier om de relaties, patronen en dynamieken in een systeem te lezen.
Field Compass de techniek Een structuur om te volgen en te werken met wat er opkomt tijdens een opstelling.
Relational Stance de positie Een manier om de cliënt en wat opkomt te ontmoeten met aanwezigheid, nieuwsgierigheid en zonder oordeel.
Facilitator’s Path Maakt competentie in alle drie observeerbaar, trainbaar en toetsbaar.

Hoofdstuk 2

De vier kaders

Vier onderling verbonden kaders geven je de theorie, de techniek, de relationele praktijk en het ontwikkelingspad achter het werk.

Kader 1 · het theoretische kader

Systemic Tree

De theorie: een manier om te lezen wat er in een systeem gebeurt. Vijf niveaus staan in voortdurende wisselwerking, van overleven tot individuatie. De Systemic Tree beschrijft patronen waar een opsteller naar kan zoeken, zonder te bepalen hoe een familie of relatie zou moeten zijn.

de wortels

Overleven

Hier komt trauma in beeld: een overlevingsreactie uit het eigen leven van de persoon of overgedragen over generaties heen, beschreven in plaats van beoordeeld. Het overleven van het systeem kan zwaarder wegen dan het overleven van één lid. Wat een systeem ooit deed om te overleven, kan er nog steeds in zichtbaar zijn.

Wat zichtbaar wordt

  • Onthechting die ooit een antwoord was op gevaar, generaties later nog steeds aanwezig.
  • Een zenuwstelsel dat veiligheid en gevaar leest op basis van oude informatie.
  • Hechting die wordt ingezet als overlevingsstrategie in plaats van als relatiestijl.

We werken traumasensitief; we doen geen traumatherapie in de basisopleiding.

de stam

Erbij horen

Wie tot het systeem behoort, wie meetelt als lid en welke uitgesproken en onuitgesproken regels en loyaliteiten bij het erbij horen horen. Hier leren we ook wat dingen betekenen: wat het betekent om moeder of vader te zijn, een goede zoon of dochter, hoe liefde eruitziet, wat veilig is, wat succes kost, wie te vertrouwen is en wat er van ons verwacht wordt. Deze betekenissen groeien uit de ervaringen en geschiedenis van de familie en worden deel van de wereld die haar leden delen. Erbij horen betekent voor een deel instemmen met het idee dat de wereld zo werkt.

Wat zichtbaar wordt

  • Een plek in het systeem die ontzegd of onthouden wordt.
  • Loyaliteiten die tegen elkaar in trekken.
  • Familieverhalen, of uitspraken over hoe de familie of de wereld werkt, over wie en wat erbij hoort.

de takken

Structuur

Positie, grenzen en functies. Een positie ligt vast voor het leven; de rol en de functies erbinnen kunnen veranderen, en elke structurele moeilijkheid bevindt zich ergens in die ruimte. Vijf vragen onderscheiden een herschikking die nog steeds dient van een die is blijven bestaan nadat de nood voorbij was, en het antwoord kan ja zijn.

Wat zichtbaar wordt

  • Een kind dat de verantwoordelijkheden van een ouder draagt, lang nadat de crisis voorbij is.
  • Grenzen die te star zijn of nauwelijks standhouden.
  • Een oude plek in de familie van herkomst die concurreert met een nieuwe plek in de familie die iemand zelf heeft gevormd.

de bladeren

Balans

Het geven en nemen: waar uitwisseling plaatsvindt en wat ze kost. Ontvangen is nog geen nemen. Nemen maakt dat je iets verschuldigd bent en geven dat iemand jou iets verschuldigd is. Uitwisseling kan floreren, stagneren of verslechteren. Elk systeem is in balans; de vraag is wat die balans kost.

Wat zichtbaar wordt

  • Geven wordt hooggehouden en nemen klein gehouden, zodat geen verplichting kan landen.
  • Een echte grief die bij de verkeerde persoon wordt neergelegd.
  • Emoties of symptomen die namens iemand anders gedragen worden.

de bloemen

Individuatie

Een onderscheiden zelf worden en tegelijk in relatie blijven, van geboorte tot dood. Gezondheid is hier een bereik, geen middenpunt: het vermogen om langs de lijn tussen nabijheid en afstand te bewegen en terug te keren.

Wat zichtbaar wordt

  • Versmolten aan het ene uiteinde van de lijn, afgesneden aan het andere, en vastzitten waar dan ook daartussen.
  • Afstand die in het ene geval groei is en in het andere een breuk.
  • Pijn en boosheid aan de oppervlakte, de oorspronkelijke liefde en het verlangen eronder.

loopt door alle vijf

De feedbacklaag

De vijf niveaus werken op elkaar in. Elk mechanisme heeft een naam en maakt evenzeer deel uit van de theorie als de niveaus zelf. De niveaus geven een volgorde voor interventies; de feedback maakt er één systeem van in plaats van een trap.

Wat zichtbaar wordt

  • Een spanning tussen overleven en doorgeven, verspreid over de leden.
  • Een systeem dat zich herorganiseert rond een verstoring, zonder garantie dat de nieuwe orde eerlijk geprijsd is.
  • Triangulatie, een spanning tussen twee personen die via een derde wordt geleid.

‘Van de wortels omhoog’ blijft een vuistregel voor waar verandering het makkelijkst begint, nooit een beschrijving van hoe het systeem is opgebouwd.

Kader 2 · het technische kader

Field Compass

De techniek: een structuur om door een opstelling te bewegen zonder voor te schrijven wat erin zou moeten gebeuren. Doordat de opsteller het proces kent, heeft die een houvast en kan meer aandacht bij de cliënt en bij wat er werkelijk opkomt blijven.

  1. 1

    Opzet

    Het onderwerp, het doel van de cliënt en de feiten die de opstelling haar startpunt geven.

  2. 2

    Interview

    Hier begint de verkenning: je stapt in de geleefde ervaring van de cliënt en laat het bredere beeld zich beginnen aftekenen.

  3. 3

    Opening

    De opstelling de ruimte in brengen op een manier die past bij deze cliënt, dit onderwerp en dit moment.

  4. 4

    Verkenning

    Volgen wat opkomt en geleidelijk het bredere beeld in beeld brengen.

  5. 5

    Transformatie

    Onderzoeken wat iets in het systeem in beweging zou kunnen brengen.

  6. 6

    Oplossing

    De beweging laten bezinken en terugverbinden met de cliënt en diens doel.

  7. 7

    Afsluiting

    De opstelling zachtjes afsluiten, representanten uit hun rol ontslaan, en de aandacht terugbrengen naar de cliënt.

Bij elke fase

Wat je leert

Samen geven ze een opsteller manieren om aan de verschillende eisen van een opstelling te voldoen: het systeem begrijpen en tegelijk bij de persoon blijven, volgen wat opkomt en tegelijk de richting behouden, en het proces leiden zonder het over te nemen.

Kader 3 · het relationele kader

Relational Stance

De relatie maakt deel uit van de methode. De Relational Stance ontwikkelt de manier waarop een opsteller werkt met de cliënt, de representanten, de groep en het bredere systeem, terwijl die zich bewust blijft van de eigen plek in het werk.

De positie van de opsteller

Vier relaties, tegelijk gedragen

Cliënt

Reps

Groep

Systeem

Wat de opsteller inbrengt

Vijf delen van het werk

De cliënt brengt in eigen woorden mee waaraan die wil werken, en het doel van de cliënt geeft de opstelling haar richting. De opsteller leert dicht bij dat doel te blijven terwijl de opstelling zich ontwikkelt, via de cliënt te werken en die bij elke beweging te betrekken. De reacties, keuzes en het gevoel van wat past blijven bepalen hoe ver de opstelling gaat en waar ze daarna naartoe beweegt.

De opsteller leert veiligheid gedurende de hele opstelling te lezen. Woorden maken daar deel van uit, naast ademhaling, houding, tempo, activering en de manier waarop het lichaam reageert wanneer iets dichterbij komt. De opsteller leert met die informatie te werken en past tempo en diepgang aan, zodat de cliënt aanwezig kan blijven bij wat er gebeurt. Traumasensitief werken maakt deel uit van de manier waarop de opstelling zich ontvouwt.

Een opsteller maakt deel uit van het relationele veld dat die observeert. De eigen geschiedenis, gevoelens, aannames en culturele achtergrond beïnvloeden wat de opsteller opmerkt. De Relational Stance ontwikkelt het vermogen om die invloeden te herkennen en tegelijk aanwezig te blijven bij de cliënt. Terwijl de opstelling zich ontvouwt, blijft de opsteller onderscheid maken tussen wat bij de cliënt hoort, wat bij zichzelf opkomt en wat er mogelijk gebeurt in de relatie tussen beiden.

Een opstelling omvat meer dan de cliënt en de opsteller. De Relational Stance strekt zich uit tot de representanten, de groep en het bredere systeem dat wordt onderzocht. Opstellers leren tegelijk aandacht te houden voor al deze onderdelen: zorgen voor de mensen die deelnemen, representanten duidelijk in en uit hun rol brengen en met nieuwsgierigheid kijken naar iedereen die tot het systeem behoort, ook naar mensen wier plek moeilijk te begrijpen kan zijn.

Empathie geeft de opsteller een andere manier van luisteren. Naast woorden leert de opsteller ook toon, ritme, houding, stilte en de eigen reacties op de persoon voor zich op te merken. Ook dat wordt informatie waar de opsteller nieuwsgierig naar kan blijven. De Relational Stance ontwikkelt het vermogen om dichtbij genoeg te komen om met de cliënt mee te voelen en tegelijk voldoende gedifferentieerd te blijven om te denken, te observeren en te begeleiden.

De Tree helpt je begrijpen hoe trauma een persoon kan vormen en zich door een familiesysteem kan voortbewegen. De Stance brengt dat begrip in de relatie met de cliënt: leren veiligheid en activering te lezen, dicht bij de geleefde ervaring te blijven, en te herkennen wanneer vertrouwen onder druk is komen te staan. Opstellers leren verschillende soorten breuken herkennen, begrijpen wat er speelt in de relatie, en reageren op manieren die helpen herstellen.

Kader 4 · het competentiekader

Facilitator’s Path

Begeleiden ontwikkelt zich door te oefenen. De Facilitator's Path maakt die ontwikkeling zichtbaar via 31 competenties, opgedeeld in observeerbaar gedrag dat gedurende de drie jaar geoefend, gesuperviseerd en getoetst kan worden.

31

competenties

195

markers

691

observeerbare indicatoren

De Path zet brede kwaliteiten om in dingen die een supervisor daadwerkelijk kan zien. Aanwezigheid, bijvoorbeeld, wordt opgesplitst in gedragingen zoals een gelijkmatig volume aanhouden wanneer de stof moeilijk wordt, gericht blijven op de cliënt, en reageren zonder te haasten. Dat geeft studenten iets concreets om te oefenen en supervisoren iets concreets om te observeren.

Wordt niet scherper, luider, of gehaast onder druk.
Stapelt niet meerdere vragen tegelijk.
Merkt tranen of huilen op, heel gewoon en makkelijk over het hoofd gezien.
  • Supervisie laat zien wat je hierna kunt oefenen

    Dezelfde competenties worden herhaaldelijk geobserveerd doorheen de opleiding. Na verloop van tijd laat supervisie zien waar een student al consistent is, waar een vaardigheid begint te verschijnen, en wat meer oefening nodig heeft. De volgende stap komt voort uit dat individuele beeld.

  • Ontwikkeling blijft zichtbaar

    Een student kan sterk zijn in het lezen van een systeem, terwijl interviewen, tempo bepalen of afsluiten nog in ontwikkeling zijn. De Path houdt die verschillen zichtbaar, zodat voortgang gevolgd kan worden over de hele set competenties, in plaats van teruggebracht te worden tot één enkel oordeel over gereedheid.

De demonstratie

Eén cliënt, vier kaders

Maak kennis met Anna. Ze komt met een patroon dat ze goed kent: telkens als haar familie iets nodig heeft, is zij degene die het draagt. Volg één opstelling en zie wat elk kader bijdraagt.

Anna’s vraag

Anna is 36. Ze heeft haar eigen werk en gezin, maar zorgt ook voor haar vader, lost de problemen van haar zus op en is de eerste die haar moeder belt wanneer er iets misgaat. Ze houdt van hen, maar ze is uitgeput. Nee zeggen brengt meteen schuldgevoel met zich mee. Ze wil begrijpen waarom zij altijd degene is die uiteindelijk verantwoordelijk wordt.

Het patroon krijgt vorm

Terwijl Anna praat, wordt meer van het patroon zichtbaar. Ze was het oudste kind en van jongs af aan “de verstandige”. Haar moeder wendde zich vaak tot haar wanneer er iets geregeld moest worden. Na verloop van tijd raakte nodig zijn nauw verbonden met de manier waarop Anna haar plek in de familie begreep.

De opstelling in

Anna brengt het patroon in de opstelling. Haar representant keert zich snel naar haar moeder, met verantwoordelijkheid vlak naast zich. Terwijl de familie vorm krijgt, herkent Anna hoe snel ze naar de behoeften van andere mensen beweegt. Wanneer ze uitprobeert om een deel van de verantwoordelijkheid bij haar moeder te laten, begint ze te huilen. Het voelt egoïstisch. De opstelling blijft bij dat moment.

Terug in supervisie

Later brengt de student de sessie in supervisie. De student en de supervisor keren terug naar specifieke momenten: de vragen die het patroon zichtbaar maakten, de gekozen opening, wat tot elk nieuw element leidde en hoe de opsteller reageerde toen Anna begon te huilen.

Gezien door de Systemic Tree

De Systemic Tree helpt de opsteller Anna’s patroon te plaatsen binnen Structuur en Balans: de rol die ze in de familie innam, hoe verantwoordelijkheid aan die rol verbonden raakte en hoe makkelijk ze geeft in vergelijking met ontvangen of iets bij een ander laten.

Gezien door de Field Compass

De Field Compass geeft de opsteller een structuur om te volgen wat opkomt: wat daarna te verkennen, wanneer een ander element kan helpen om het beeld completer te maken en wanneer genoeg van het patroon zichtbaar is om naar beweging te gaan zoeken.

Gezien door de Relational Stance

De Relational Stance helpt de opsteller bij Anna’s woorden, activering, tempo en doel te blijven terwijl het schuldgevoel opkomt. Haar emotionele reactie wordt iets om samen met haar te begrijpen, terwijl haar relatie met haar moeder en het bredere familiesysteem in beeld blijven.

Gezien door de Facilitator’s Path

De Path zet die momenten om in observeerbare competenties: hoe de student interviewde, de opstelling temporiseerde, bij Anna’s doel bleef, interventies koos en reageerde toen de sessie emotioneel geladener werd. Dat geeft supervisie een concrete basis om te bepalen wat vervolgens versterkt moet worden.

Hoofdstuk 3

Waar het vandaan komt

Al-Ma groeide door studie, praktijk en lesgeven, en vanuit een veel bredere traditie van systemisch, therapeutisch en relationeel denken dan alleen opstellingswerk.

De ontwikkeling

Hoe het model zich ontwikkelde

Het Al-Ma Model is niet in één keer ontworpen. Het ontwikkelde zich door jaren van studie, praktijk, lesgeven, vragen stellen en nieuwe werkwijzen ontwikkelen. Na verloop van tijd werd dat werk expliciet genoeg om in vier onderling verbonden kaders te ordenen.

  1. 1

    2010 · de praktijk begint

    Cecilia opent haar praktijk na vijftien jaar studie. Jaren van werken met cliënten en opstellingen begeleiden worden deel van de grond waaruit het latere model groeit.

  2. 2

    2017 · de opleiding begint

    De eerste groep start op locatie in Brussel. Lesgeven schept nog een plek om het werk van dichtbij te bekijken: wat uit te leggen valt, wat getoond moet worden, en wat een opsteller helpt zich te ontwikkelen.

  3. 3

    De antwoorden bevragen

    Sommige vragen kwamen met gevestigde antwoorden. Andere werden van docent tot docent en van school tot school anders beantwoord. Wij bleven terugkeren naar de vragen zelf.

  4. 4

    2020 · de opleiding gaat online

    De opleiding gaat online en blijft daar, terwijl het werk doorgaat via praktijk, workshops, lesgeven en supervisie.

  5. 5

    Het werk ontwikkelen

    Studie en praktijk lopen door naast het lesgeven. Bestaande ideeën worden getoetst en verfijnd, en waar het werk erom vraagt komen er nieuwe onderscheidingen, technieken en werkwijzen bij.

  6. 6

    Vier onderling verbonden kaders

    In negen jaar zelf geschreven curriculum en twintig groepen wordt dat geheel steeds explicieter. De vier kaders geven het een architectuur: het Al-Ma Model.

Cecilia Altieri en Simon Maebe die samen lesgeven

De naam

Meer dan de som der delen

Al-Ma verbindt Altieri en Maebe, de twee namen achter de samenwerking waaruit het model zich ontwikkelde.

Al-Ma ontleent zijn naam aan Altieri en Maebe. Cecilia bracht jaren klinische praktijk, ervaring met het begeleiden van opstellingen en lesgeven mee. Simon bracht zijn eigen systemische denken, ervaring als opsteller en de kaders mee die hij daarnaast aan het ontwikkelen was.

Geen van beide bijdragen staat simpelweg naast de andere. Het model ontwikkelde zich door ze samen te brengen, te bevragen, te toetsen en te onderwijzen, en door verder te bouwen op wat elk inbracht.

Na verloop van tijd werd dat gedeelde geheel vastgelegd in het curriculum, de kaders en het competentiemodel die bij EISEC worden gebruikt. Het werk is niet langer afhankelijk van de aanwezigheid van een van beide oprichters in de ruimte: docenten geven les vanuit hetzelfde ontwikkelde geheel van theorie, techniek, relationele praktijk en competentie van de opsteller.

individuele praktijk samenwerking model instituut

De schouders

Dit werk heeft een voorgeschiedenis

Al-Ma groeide niet alleen uit opstellingswerk. De vier kaders putten uit meer dan een eeuw denken over systemen, relaties, menselijke ontwikkeling en therapeutische praktijk. Dit zijn enkele van de mensen wier werk deel uitmaakt van die bredere traditie.

  • Getekend portret van Edmund Husserl

    Edmund Husserl

    filosoof

  • Getekend portret van Martin Buber

    Martin Buber

    filosoof

  • Getekend portret van Jacob Moreno

    Jacob Moreno

    psychiater

  • Getekend portret van Norbert Wiener

    Norbert Wiener

    wiskundige

  • Getekend portret van Ludwig von Bertalanffy

    Ludwig von Bertalanffy

    bioloog

  • Getekend portret van Carl Rogers

    Carl Rogers

    psycholoog

  • Getekend portret van Gregory Bateson

    Gregory Bateson

    antropoloog

  • Getekend portret van John Bowlby

    John Bowlby

    psychiater

  • Getekend portret van Murray Bowen

    Murray Bowen

    psychiater

  • Getekend portret van Edward Bordin

    Edward Bordin

    psycholoog

  • Getekend portret van Virginia Satir

    Virginia Satir

    gezinstherapeut

  • Getekend portret van Anne Ancelin Schützenberger

    Anne Ancelin Schützenberger

    psycholoog

  • Getekend portret van Iván Böszörményi-Nagy

    Iván Böszörményi-Nagy

    psychiater

  • Getekend portret van Salvador Minuchin

    Salvador Minuchin

    psychiater

  • Getekend portret van Thea Schönfelder

    Thea Schönfelder

    psychiater

  • Getekend portret van Bert Hellinger

    Bert Hellinger

    opsteller

  • Getekend portret van Humberto Maturana

    Humberto Maturana

    bioloog

  • Getekend portret van Francisco Varela

    Francisco Varela

    bioloog

En die traditie blijft zich ontwikkelen. Onderzoek en praktijk in systemische psychologie, hechting, trauma, belichaming en verwante vakgebieden blijven mee bepalen hoe we het werk begrijpen en ontwikkelen.

Oorsprong

Waar familieopstellingen vandaan komen

Familieopstellingen ontstonden uit verschillende stromingen binnen de twintigste-eeuwse psychotherapie. Systemisch denken veranderde hoe naar families werd gekeken, ervaringsgerichte methoden brachten relaties de ruimte in, en opeenvolgende opstellers ontwikkelden die ideeën tot de praktijk die we vandaag kennen.

Hoofdstuk 4

Hoe het model gebruikt wordt

Al-Ma geeft opstellers een duidelijke structuur om systemen te begrijpen en opstellingen te begeleiden, terwijl het doel, de veiligheid en de geleefde ervaring van de cliënt centraal blijven. Het is een ontwikkeld model dat zich blijft ontwikkelen.

De positie

Structuur zonder dogma

Een kader hoort de opsteller meer te laten zien, niet vooraf te bepalen wat iets betekent. Al-Ma biedt theorie, proces en werkwijzen, en laat tegelijk ruimte voor de cliënt en de opstelling om te tonen wat werkelijk past.

Opstellingsfiguren op een tafel geplaatst in relatie tot elkaar

De vraag die we vaak krijgen

Fenomenologisch werken

Het Al-Ma Model leert een opsteller veel voordat die een opstelling ingaat: hoe die een systeem leest, het proces structureert, waar die op let en hoe die zichzelf daarin positioneert. Die kennis geeft de opsteller een plek om te staan. Ze vertelt niet vooraf wat die zal vinden.

Wanneer iemand in een opstelling wordt geplaatst, verschuift de aandacht naar de ervaring: oriëntatie, beweging, gewaarwording, emotie, beelden, gedachten en wat er verandert terwijl de opstelling zich ontwikkelt. De opsteller kan vanuit het interview en systemisch begrip mogelijkheden herkennen, maar het blijven hypothesen. De opstelling wordt verkend aan de hand van wat er werkelijk gebeurt. De geleefde ervaring van de cliënt vormt de context; wat er in de ruimte opkomt, helpt bepalen wat er daarna gebeurt.

Verantwoordelijkheid

Veiligheid maakt deel uit van de methode

Veiligheid is niet iets wat rond opstellingswerk wordt toegevoegd. Ze maakt deel uit van hoe een opsteller gedurende het hele proces leert opmerken, het tempo bepalen en reageren.

  • Veiligheid begint bij het eerste contact, voordat een opstelling begint.
  • De opsteller leert lichaamstaal en veranderingen in regulatie te lezen.
  • Cliënten en representanten kunnen steun krijgen met praktische regulatiemethoden.
  • Het tempo volgt datgene waarbij de cliënt aanwezig kan blijven.
  • De opsteller leert wanneer te vertragen, te aarden, te pauzeren of bij te sturen.
  • De cliënt kan op elk moment pauzeren of stoppen.
  • Representanten kunnen op elk moment uit een rol stappen.
  • De opsteller blijft gedurende de hele opstelling aandacht houden voor de cliënt.
  • Representanten worden expliciet en bij naam uit hun rol gehaald.
  • En meer, want veiligheid wordt gedurende de hele methode in praktijk gebracht.

Veiligheid is een begeleidingsvaardigheid

Opstellers leren opmerken wat er gebeurt bij de cliënt, de representanten en in de ruimte, en daarop te reageren terwijl de opstelling zich ontvouwt. Dat betekent onder meer veranderingen in lichaamstaal en regulatie lezen, het tempo aanpassen, grondings- en regulatiemethoden gebruiken en herkennen wanneer het proces moet vertragen, pauzeren of van richting veranderen.

Deze vaardigheden worden naast systemische theorie, opstellingstechniek en relationele houding onderwezen. Ze ontwikkelen zich door praktijk en supervisie gedurende de opleiding.

Als je op dit moment in crisis bent, of als je eraan denkt jezelf iets aan te doen, ga dan eerst naar je huisarts, naar een lokale crisislijn, of naar de hulpdiensten.

Nog in beweging

Een levend model

Al-Ma is een ontwikkeld model, maar geen afgerond model. Ook onze eigen antwoorden blijven we bevragen. Elke groep, elke opstelling en elke supervisie geeft ons opnieuw de kans om te zien hoe het model in de praktijk standhoudt, terwijl de bredere vakgebieden waaruit het put zich blijven ontwikkelen. Als we iets beters leren, hoort het model mee te bewegen.

Verder

Waar je verder kunt gaan

Lees over de opleiding, sluit aan bij de volgende groep, volg het introductiewebinar of spreek rechtstreeks met ons.

Zoek je een ander pad?

Het programma

Elke module, in zijn geheel

Alle zes semesters en elk van de 30 modules, hoe de opleiding week na week verloopt, hoe begeleiden zich ontwikkelt, supervisie, certificering, wat deelname inhoudt en wat het kost.

We mailen je de link naar het volledige programma.

Waar het onderwezen wordt

Leer de hele methode

De driejarige opleiding leert je de vier kaders samen te gebruiken: systemen begrijpen, opstellingen begeleiden, relationeel werken en je competentie ontwikkelen door praktijk en supervisie.

Over de opleiding