Drie zinnen zijn genoeg voorbereiding voor een sessie: welke vraag of welk thema je wilt onderzoeken, waar je naartoe wilt werken, en wat de relevante feiten zijn. Alles hieronder helpt alleen om bij die drie uit te komen, en je hebt toestemming om de rest over te slaan.
Ik bedoel dat letterlijk. Sommige mensen komen met pagina’s aan notities en een familiegeschiedenis in hoofdstukken. Dat komt voort uit een goede intentie, maar het is geen vereiste. Je mag komen na weken nadenken over de sessie, of zonder er ook maar één moment over te hebben nagedacht. Lees dit dus als een aanbod, niet als een checklist.
Kies één ding
Als je komt, is er iets wat je hierheen heeft gebracht. Vaak zijn het meerdere dingen: een relatie die pijn blijft doen, een zwaarte die niet wegtrekt, een patroon dat je jezelf ziet herhalen. Je hoeft niet het grootste te kiezen. Kies wat nu het meest leeft, wat je in de eerste vijf minuten toch zou noemen.
Eén is genoeg, en één is beter dan drie. Een sessie die alles probeert vast te houden, houdt niets goed vast. En de deur die je kiest, bepaalt niet waar we uitkomen. De thema’s in een leven hangen vaak samen, en beginnen bij één ding verhindert niet dat iets ermee verbonden belangrijk wordt terwijl we werken.
Vraag jezelf af hoe “beter” eruit zou zien
Dit is de vraag waar mensen het minst op voorbereid zijn, en de nuttigste om onderweg bij stil te staan. Niet “wat is er mis”, dat weet je al, maar: als deze sessie zou helpen, wat zou er dan anders zijn? Wat zou je doen, of voelen, of niet langer met je meedragen?
Je hebt geen gepolijst antwoord nodig. “Ik wil niet meer opzien tegen haar telefoontjes” is een prima antwoord. “Ik wil me weer mezelf voelen” is een prima antwoord. Een ruwe richting volstaat. Het geeft ons iets om naartoe te werken, zonder dat we vooraf bepalen wat het antwoord moet zijn.
Verzamel een paar familiefeiten, als ze gemakkelijk komen
Geen verhalen en geen conclusies. Feiten. Wie er in de familie zit, ongeveer op volgorde. De grote gebeurtenissen: geboortes, sterfgevallen, scheidingen, migraties, ernstige ziektes. Of iemand vertrok, werd buitengesloten of op tragische wijze overleed.
Als je die feiten kent, zijn ze nuttig. In dit werk zijn de concrete gebeurtenissen in een familie vaak belangrijker dan iemands versie ervan. Als je ze niet kent, is dat geen probleem. Ga alsjeblieft ook niet eerst je familieleden interviewen. Familiegeschiedenissen hebben hiaten. Breng mee wat je weet en laat de hiaten gewoon hiaten zijn: ook een hiaat is informatie.
Jij bepaalt wat je deelt
Misschien draag je iets met je mee waarvan je niet zeker weet of je het hardop wilt zeggen. Je hoeft dat niet voor de sessie te beslissen, en tijdens de sessie ook niet. Jij kiest telkens wat je deelt en wanneer. Niets wordt je ontfutseld.
Als je wilt, kun je me vertellen dat het er is zonder te zeggen wat het is. In dit werk kan iets aanwezig zijn zonder dat we het hoeven open te maken. Weten dat het er is, is vaak genoeg om ermee te werken.
Op de dag zelf
Nog even praktisch. Zoek voor een online sessie een ruimte waar je niet gestoord wordt en vrijuit kunt spreken. Gebruik een koptelefoon als je die hebt. Probeer na het uur wat ruimte voor jezelf te houden: een wandeling, een koffie, twintig minuten voordat er weer iets van je wordt gevraagd. Misschien denk of voel je achteraf nog anders. Het kan helpen om daar even ruimte voor te laten voordat je meteen doorgaat met het volgende.
En als je dit allemaal hebt gelezen en niets ervan hebt gedaan? Kom toch. De eerste zinnen van de sessie zijn “Wat brengt je hier?”, en alles in dit artikel kan vanaf daar gebeuren. Als je alleen komt met wat pijn doet, wat je in plaats daarvan wilt, en één familiefeit waarvan je denkt dat het ertoe doet, is dat al genoeg. En als je zelfs dat niet meebrengt, vinden we het samen. De voorbereiding is een voorsprong, geen toelatingsexamen.
Alles wat praktisch is rond het boeken vind je op de pagina over sessies, en als je wilt weten hoe het uur zelf aanvoelt, schreef ik wat je kunt verwachten in een sessie.